Sint Jans rogge ‘eeuwige rogge’

29 november 2013 om 11:16

SONY DSCSint Jans rogge is een oude roggesoort die vroeger op grote schaal op de arme zandgronden werd geteeld. De rogge werd direct na de oogst opnieuw in de stoppel ingezaaid. Omdat dit jaar na jaar gebeurde, werd deze manier van telen ook wel ‘eeuwige’ roggeteelt genoemd. Door deze vroege zaai kon men in het najaar nog een snede groenvoer oogsten of men kon de schapen erop laten grazen. Een bijkomend voordeel was dat de rogge beter uitstoelde, wat meer opbrengst gaf. De eeuwige roggeteelt was ook goed voor de ontwikkeling van bepaalde akkeronkruiden, zoals Korensla en de Roggelelie.

De heilige Sint Jan
Jan
Sint Jans rogge is vernoemd naar de Heilige Johannes. Zijn sterfdag was op 24 juni, drie dagen na het begin de zomer. De sterfdag van Sint Jan speelde vroeger een grote rol in de datumbepaling in de land- en tuinbouw. Sint Jans rogge diende uiterlijk 24 juni gezaaid te worden, opdat het in september nog geoogst kon worden.

Kruiprogge

Op de Veluwe werd Sint Jans rogge ook wel kruiprogge genoemd. Het gewas ‘steunt’ namelijk op zijn stengels, waardoor het lijkt alsof het gewas kruipt. Het gewas wordt meer dan 2 meter hoog. Het wortelt diep, waardoor het minder droogte gevoelig is. De Sint Jans rogge kun je ook ‘gewoon’ als wintergraan in oktober of december inzaaien. In dat geval is de rogge rond half juli oogstrijp. Sint Jans rogge is een zeer smakelijke en gezonde rogge, die bakkers heel goed in hun brood kunnen verwerken.